Hoe maak je jouw bord mooi op?

11 tips voor het dresseren van jouw gerechten

Geef toe: een lekker gerecht smaakt nog beter als het aantrekkelijk gepresenteerd wordt. Je hoeft geen king of queen te zijn in het dresseren. Oefening baart kunst(werkjes) en met deze eenvoudige tips om je bord mooi op te maken, kom je al een heel eind.

Kies het juiste bord

Een uitgebreide keuze hebben aan servies is natuurlijk een luxe. Ook al heb je een beperkt aanbod in je keukenkast, toch loont het de moeite om stil te staan bij onderstaande puntjes.

Kleur

De kleur van je bord bepaalt hoe flets of intens de kleuren van je ingrediënten eruitzien. Kijk even naar de kleuren van je groenten, sausje, vis, vleesvervanger of vlees … en kies voor contrast. Een iets donkerder bord laat ingrediënten met felle kleuren goed tot hun recht komen.

Grootte

Gebruik liever een iets te ruim bord dan een bord dat net te klein is. Zo geef je de ingrediënten wat ruimte en laat je plaats om af te werken met leuke, kleine details.

Diepte

Ga je voor diep, plat of gewoon iets radicaals anders? Zorg er vooral voor dat je ingrediënten zichtbaar zijn. Soep hoeft niet altijd in een kom, het kan ook perfect in een doorzichtig glas. Spaghetti hoeft niet altijd in een heel diep bord, er mag best wat overzicht zijn. Serveer vlees eens op een houten plankje met vetvrij papier. Kortom: wees creatief en experimenteer.

Maak je bord schoon

Keuze gemaakt: check! Laat het begin vlekkeloos verlopen en wrijf je bord - of andere ondergrond - eerst goed schoon met een licht vochtig doekje (lauwwarm water). Daarmee kan je trouwens ook je bestek boenen. Het geeft een frisse glans.

Zet je hoofdingrediënt in de schijnwerpers

Je gasten zien liefst alles wat ze gaan eten. Zo kunnen ze zich helemaal verlekkeren op het aansnijden en het mengen van alle smaken. Maar niet elk ingrediënt kan evenveel aandacht opeisen. Een speciale vis of mooie grote groente verdient een podium. Creëer je opbouw dus rond de hoofdrolspeler in je gerecht.

Meng kleuren en texturen

Kijk vervolgens naar de rest van de ingrediënten. Welke kleuren en texturen contrasteren mooi met elkaar? Zoek niet naar gelijkenissen, maar naar een opvallend verschil. Bv: iets zachts bij iets krokants. Zo kan het puzzelen beginnen.

Een rode, oranje of groene soep oogt extra lekker met een lijntje witte room en groene kruiden of iets krokants zoals geroosterde pompoenpitten erbovenop. Nog een leuke tip van onze chef Jolien: stop je kruiden, balletjes of croutons in een klein kommetje en leg het ondersteboven in je soep. Zo blijven ze lekker drijven.

Bestaan al je ingrediënten uit één kleur? Werk dan zeker af met verse kruiden voor wat schakering.

Beslis over de verdeling van je ingrediënten

Je kan veel zelf bepalen, zoveel is al duidelijk. Sommige keukenprinsen en -prinsessen leggen alle ingrediënten op één helft of twee derden van het bord en versieren de andere helft met wat toefjes saus, puntjes dressing en kruiden. Anderen starten in het midden en bouwen hun gerecht uit naar buiten en laten aan de randen ruimte voor de afwerking.

Bouw je gerecht op in lagen

Saus hoeft niet altijd op je vlees, vis of pasta. Ze kan er ook onder. Sla voor een salade kan dienen als ondergrond om daarop een klein patroon met de andere ingrediënten te bouwen. Ook hier kan je heel wat experimenteren en laten we jouw creativiteit de vrije loop.

Werk in de hoogte

Je gerecht zal er beter uitzien als je met verschillende hoogtes werkt. Niet alle stukjes van je komkommer moeten even groot zijn. En je puree hoef je niet glad te strijken: maak er een leuke golf in of leg ‘m als een toef - breed onderaan en puntig vanboven - op je bord.

Schijfjes en lapjes leg je niet naast elkaar, maar wel deels om elkaar. Ook frietjes of asperges hoeven niet naast elkaar te liggen, maar kunnen gerust geschranst op elkaar. 

Zelf al eens proberen? Verras je geliefde (of jezelf) met een beeldig bord en bestel ons valentijnsgerecht met tagliatelle met coquilles in curry-roomsaus en kervel.

Oneven aantallen doen het goed

Easy does it. Leg 3 of 5 balletjes bij je spaghettislierten en niet 2 of 4. Oneven aantallen tonen veel smakelijker dan even!

Prop je bord niet vol: less is more

Je hoeft niet meteen volle borden te serveren. Je kan nog altijd de potten op tafel zetten om bij de scheppen. Geef je ingrediënten ademruimte, dat geeft een verfijnde indruk en laat plaats voor leuke details.

Werk af met kleine en kleurrijke details

Hou altijd wat kruiden, noten, saus of groenten apart om mee af te werken. Zo benadruk je nog eens visueel wat er allemaal op het bord ligt en zorg je voor extra kleurschakeringen.

Meng je puree met veldsla? Hou wat veldsla apart om mee af te werken en op je puree te leggen. Zitten er radijsjes onder de salade? Leg er nog wat schijfjes bovenop. En die pasta pesto werk je af met zongedroogde tomaatjes, pijnboompitten en wat extra parmezaan erop.

Rol je pasta op

Lange pasta zoals spaghetti of tagliatelle kan je mooi oprollen met een vleesvork - een grote vork met twee tanden - of een lange keukentang in een pollepel. Je kan de klus ook klaren met een gewone vork, maar dan zijn je porties een tikkeltje kleiner.

Meng de pasta wat door elkaar in je pan en rollen maar! De overige saus giet je er niet op, maar leg je als basis op het bord. Leg de pasta erop, haal je vork eruit en werk af met de ingrediënten die extra aandacht verdienen.

Extra tip van onze foodstyliste Suzy: dien de pasta zo snel mogelijk op, dan is de saus het smeuïgst. Wil je ‘t zelf uitproberen?

Wees creatief met sauzen en dressings

Met sauzen en dressings kan je verschillende vormen maken. Je kan werken met:

  • kleine knijpflesjes om grote en kleine druppeltjes, cirkels of lijnen te maken. 
  • een mal om de saus langs de rand in uit te wrijven. Zo heb je een mooie halve of volledige cirkel. Zoals jij het wil!
  • een eetlepel waarmee je met de zijkant de saus in de lengte uitwrijft, of met de bolle kant het toefje saus plat duwt en verder uitstrijkt.
  • een penseeltje om mee te tekenen. 

Heb je veel lopende saus bij je gerecht? Serveer nog niet alles en maak een constructie waardoor de saus zich niet makkelijk onder alle ingrediënten kan mengen.

Ready to serve? Neem een stukje keukenpapier en ga er met je wijsvinger mee langs de rand van je bord, tot net aan je gerecht. Zo verwijder je de laatste schoonheidsvlekjes of vettige vingers. En voor die finale finishing touch haal je bij elk gerecht die grote pepermolen nog even boven!

Vergeet zeker niet om je creatie te delen, ook met gasten aan de virtuele tafel! Lees hier onze tips voor Food Photography.